© Benjamin Pfitscher
Wie op wintersport vertrekt, denkt spontaan aan skiliften, geprepareerde pistes en heerlijke afdalingen. Wij ook! Maar in het Zuid-Tiroolse Passeiertal ontdekken we dat het minstens zo leuk is om de liften eens links te laten liggen. Want of je nu op latten door het landschap glijdt of te voet de besneeuwde bergen intrekt, de winter heeft veel meer in petto.
Op ons programma staan langlaufen, sneeuwschoenwandelen en skitoeren. Drie manieren om de bergen te beleven, telkens in een ander tempo. En voor wie denkt dat dat allemaal nogal rustig klinkt: wacht maar tot we aan de klim beginnen!

Langlaufen ziet er bij ervaren beoefenaars moeiteloos uit, maar al snel merken we dat er best wat techniek bij komt kijken. Gelukkig zijn de loipes rond Pfelders en Walten geschikt voor verschillende niveaus, zowel voor de klassieke stijl als skating. In Walten ligt een toegankelijke ronde van ongeveer drie kilometer. Wie wat meer uitdaging zoekt, kan vanuit Pfelders richting de Lazinser Alm trekken. Daar wisselen langere beklimmingen en vlakke stukken elkaar af, met op de terugweg enkele pittige afdalingen. En ondertussen genieten we van het winterlandschap, de stilte en die heerlijke berglucht.

Winterwandelen is fijn, maar sneeuwschoenen maken echt een verschil! Het allerleukste is dat je ermee op plekken komt die met gewone wandelschoenen een stuk moeilijker bereikbaar zijn. Rond Pfelders, Walten en het zonnige Stuls trekken routes door besneeuwde bossen en over stille bergweiden, onder meer richting de Faltschnalalm en Wanser Alm. Ook het Lazinsertal, omringd door indrukwekkende drieduizenders, lonkt. In het begin is het even wennen aan die rare ‘rackets’ onder onze voeten, maar eigenlijk is het niet veel moeilijker dan gewoon wandelen. Je moet alleen je voeten wat verder uit elkaar zetten.
En dan is het tijd voor het grotere avontuur. Bij skitoeren brengen geen liften je naar boven: dat doe je helemaal zelf, met stijgvellen onder je ski’s. We begrijpen meteen waarom liefhebbers zo enthousiast zijn over deze sport. Elke hoogtemeter moet je verdienen, maar daar staat iets tegenover: de kans om ver van de geprepareerde pistes door ongerepte sneeuw af te dalen.

Het Passeiertal biedt volop mogelijkheden voor toerskiërs, van begeleid initiaties tot stevige beklimmingen richting drieduizenders, bijvoorbeeld rond de Rötenspitze en de Timmelsbrücke. Uiteraard vraagt zo’n tocht voorbereiding, lawinekennis en de juiste uitrusting. Een lokale berggids is dan ook geen overbodige luxe, zeker als je het terrein niet kent. Maar dat gevoel wanneer de klim erop zit en de afdaling wacht? Daar doe je het voor.

Of we de klassieke pistes hebben afgezworen? Natuurlijk niet! Met de skipas van Südtirol Skiarena kunnen we terecht in Pfelders, maar ook in de nabijgelegen skigebieden Ratschings-Jaufen en Meran 2000. En wie nog meer afwisseling zoekt, kan in het Passeiertal ook rodelen, schaatsen, winterwandelen of zelfs ijsklimmen. Eén ding is zeker: na al dat avontuur buiten de pistes kijk je gegarandeerd met andere ogen naar wintersport.